Bouwonderdelen van het fort
Fort Everdingen is gebouwd op de plek waar de Lekdijk aansluit op de Diefdijk. Deze dwarsdijk tussen de Lek en de Linge uit 1284 moest ‘Holland’ beschermen tegen het frequente overstromingswater uit de Betuwe. Ze was aanvankelijk ook de oostelijke begrenzing van de inundaties van de Oude Hollandse Waterlinie bezuiden de Lek, maar vanaf 1795 werd de dijk de westelijke begrenzing van de inundatievelden van de waterlinies.
Het fort bestond in aanleg uit een aangeaard eiland met vier bastions, waarop alleen een grote ronde geschutstoren met eigen torengracht werd neergezet. Richting oost en zuid werden in de fortgracht zogeheten wapenplaatsen aangelegd om de dijkwegen die over het fortterrein liepen extra te kunnen verdedigen.
Verbeteringen in het geschut maakten de bakstenen toren in de loop van de 19e eeuw te kwetsbaar, waartoe een extra half-cirkelvormig grondgedekt gebouw om de toren heen werd geplaatst, de zogeheten contrescarp. De kanonnen moesten daardoor verplaatst naar de wallen en geschutsbanken op de dijken, en kregen twee aparte grondgedekte remises annex munitiewerkplaats op het fortterrein. De geschutsplaatsen in de fortgracht verdwenen, de dijkwegen werden om het fort geleid en in de Lekdijk aan het oosten van het fort een sluisbeer geplaatst. Samen met een inlaatsluis aan de rivier en een damsluis met kanaal de polder in, ontstond zo een extra inundatiesysteem. De tijd tot onderwaterzetting was namelijk met alleen de waaiersluis bij het een kilometer oostelijk liggen Werk aan het Spoel te lang geworden voor de snelheid waarin oorlogen zich inmiddels konden ontwikkelen.
Bij de invoering van de brisantgranaat, een wapen waartegen geen enkel gemetseld gebouw bestand was, waren weer aanpassingen van de verdediging nodig. Deze werd met name meer in verspreide loopgraven ondergebracht; in de uiterwaard bij het fort werd daarvoor een dubbele loopgraaf met betonnen groepschuilplaatsen aangelegd. Deze sloot ten noorden van de Lek aan op eenzelfde dubbele loopgraaf, het Werk aan de Groeneweg, waar de verdediging door Fort Honswijk in belangrijke mate op was gestoeld.
Beide forten aan het Lekacces vormden zo dus geen artillerie steunpunten meer, zoals oorspronkelijk, maar werden infanterie steunpunten voor de in de omgeving gelegerde soldaten. Zo hebben ze ook nog in aanloop naar de Tweede Wereldoorlog gefunctioneerd.
Inundatiemiddelen: inlaatsluis aan de Lek, toeleidingskanaal, fortgracht met beersluis, damsluis en inundatiekanaal.
Restanten van werken in de directe omgeving: loopgraven/infanteriestelling in de uiterwaard aan de oostzijde van het fort (1914-1918, 1939/’40), nevenbatterijen aan de westzijde van de Diefdijk (1879), groepsschuilplaatsen infanteriestelling aan de oostzijde van de Diefdijk (1939-1940).
Beknopte bouwgeschiedenis
1841-1845 sloop boerderij(en), omlegging Lekdijk, aanleg aardwerken wallen met bastions
1845-1847 bouw van de ronde bakstenen geschutstoren met gracht en ophaalbrug. De toren is 19 m hoog, gefundeerd op 1356 palen van o.a. 18 m lang. De muren op de begane grond aan de oostzijde zijn 3,21 m dik, op de eerste verdieping 2,90 m en aan de westzijde 1,76 m. De doorsnede van de toren is ca. 40 meter.
1874 verbeteringen aan het fort: contrescarp galerij.
1877 twee bomvrije gebouwen (remises en schuilplaatsen), gefundeerd op 318 palen van 11 meter. Een blindeerbare wachterswoning (muren 0,78 cm dik) en twee artillerieloodsen.
1880-1881 voltooiing verbetering ‘der Stelling van Everdingen’.
1887 ophogen van de omgelegde Diefdijk.
1899 verbeteren afrastering tussen toren en contrescarpgalerij; afbreken van de ophaalbrug over torengracht en dempen grootste deel torengracht.
1905-1906 verbeteren drinkwatervoorziening: aanbrengen welpijp (diepte 16,50 m) en pompinrichting in de toren, wijziging regenbakken en afleiding via druipkokers naar de fortgracht.
1907 wijzigen houten bekledingen; maken van munitienissen; enige wijzigingen in het aardwerk.
1914/’18 Gemobiliseerd gedurende WOI. infanteriestelling oostelijk in de uiterwaard voor het fort, met loopgraven in ophoging en betonnen groepsschuilplaatsen type 1918/II.
1939-1940 Gemobiliseerd aan de vooravond van WOII
1940 zes betonnen groepsschuilplaatsen type ‘P’ en een gietstalen mitrailleurkazemat.
1973 Geheel in handen van de EOD.
1992 Restauratie van het fort.
2012 De EOD verhuist naar Soesterberg, m.u.v. de zware röntgen.
2014 Overdracht van het fort door Defensie aan ministerie van Economische Zaken.
2014 Overdracht van het fort door Economische Zaken aan speciaalbierbrouwerij Duits & Lauret.

